Illegale tabak: Europese Rekenkamer tikt Commissie en lidstaten op de vingers
Rapport moet wake-upcall zijn om beleid te herzien
De illegale tabakshandel blijft een miljardenbusiness en vormt een groeiende uitdaging voor de Europese Unie. Dat blijkt uit een recente audit van de Europese Rekenkamer.

De Rekenkamer bezocht België, Spanje, Polen en Roemenië en stelde daarbij belangrijke verschillen vast in de capaciteit van nationale overheden om illegale handel daadwerkelijk aan te pakken. Tegelijk maakt het rapport duidelijk dat de illegale tabaksmarkt zich steeds professioneler organiseert en steeds vaker wordt aangestuurd door georganiseerde criminaliteit.
Torenhoog probleem
In 2023 vertegenwoordigde illegale tabak naar schatting 8,8 procent van het totale sigarettenverbruik in de EU. De financiële schade loopt volgens de Europese Commissie op tot ongeveer 13 miljard euro per jaar aan gemiste douanerechten, btw en accijnzen. Tegelijk vormt de handel een belangrijke inkomstenbron voor georganiseerde criminaliteit.
De markt verandert bovendien snel. Naast klassieke smokkel van sigaretten neemt ook de illegale productie binnen Europa toe. In vrijwel alle lidstaten zijn illegale productiesites ontdekt. Criminele organisaties werken steeds professioneler, gebruiken mobiele productielijnen en verkorten hun aanvoerlijnen door productie dichter bij de eindmarkt te organiseren. Ook nieuwe producten, zoals verhitte tabak en e-sigaretten, winnen terrein.
Situatie in België
Ook België speelt een belangrijke rol in de Europese aanpak. De Belgische douane werd door de Rekenkamer geselecteerd voor een diepgaand onderzoek, onder meer op basis van informatie over inbeslagnames, productiesites en smokkelroutes. België beschikt volgens het rapport over sterke onderzoeksbevoegdheden en gespecialiseerde douanemedewerkers met gerechtelijke politiebevoegdheden. Zij kunnen verregaande onderzoekstechnieken inzetten, waaronder grensoverschrijdende observaties. Bovendien beschikt België over een 24/7-systeem waarmee gedetailleerde informatie over inbeslagnames snel wordt doorgestuurd naar onderzoeksdiensten en gespecialiseerde teams voor douane en accijnzen.
Toch zijn er ook Belgische aandachtspunten. België werkt met een breder nationaal kader in plaats van een specifieke strategie voor de bestrijding van illegale tabak. Daarnaast pleiten de Belgische autoriteiten, samen met enkele andere lidstaten, voor meer harmonisatie van definities en sancties binnen de EU. Verschillen tussen landen kunnen immers leiden tot ongelijke handhaving en maken het aantrekkelijk om criminele activiteiten te verplaatsen naar landen met minder strenge regels.
Conclusie
De conclusie van de Rekenkamer is duidelijk: er gebeurt veel, maar de Europese aanpak is nog onvoldoende gecoördineerd. Betere gegevensuitwisseling, duidelijke prioriteiten en een sterkere samenwerking tussen lidstaten zijn noodzakelijk. Want zolang de illegale tabakshandel winstgevend blijft en criminelen relatief eenvoudig tussen Europese landen kunnen opereren, blijft de strijd tegen deze markt een Europese uitdaging.
"België is een draaischijf voor illegale sigarettenhandel in Europa"
Amper één dag nadat de Europese Rekenkamer waarschuwde voor tekortkomingen in de aanpak van de illegale tabakshandel, werd in Ninove een illegale sigarettenfabriek ontmanteld. Volgens Philip Morris illustreert dit op pijnlijke wijze dat het probleem niet langer kan worden geminimaliseerd of genegeerd.
"Doordat België voornamelijk heeft ingezet op verboden, verstrengingen en torenhoge accijnzen, is het op korte tijd uitgegroeid tot de draaischijf voor de illegale sigarettenhandel in Europa", waarschuwt Chris Flamée, expert in Illicit Trade Prevention bij Philip Morris. "Illegale productie, export én consumptie zitten in de lift en trekken steeds meer georganiseerde criminaliteit aan."
België heeft de voorbije jaren sterk ingezet op verboden, verstrengingen en torenhoge accijnzen die legale producten moeilijker toegankelijk of aanzienlijk duurder maakten. Die maatregelen worden doorgaans verantwoord vanuit jongerenbescherming, maar die benadering blijkt te eenzijdig en averechts te werken. "Er is een breder debat nodig", gaat Flamée verder, "een aanpak van de volledige problematiek in al zijn aspecten. Want wanneer verbod na verbod wordt ingevoerd zonder dat de vraag naar de producten afneemt, neemt het risico toe dat consumenten uitwijken naar ongecontroleerde en illegale alternatieven. Net dat creëert nieuwe opportuniteiten voor criminele netwerken."
De risico’s die deze criminele netwerken met zich meebrengen verdienen meer aandacht, niet in het minst vanuit het oogpunt van jongerenbescherming. Want wanneer een groeiend deel van de markt zich buiten het gereguleerde circuit afspeelt, zijn er geen betrouwbare leeftijdscontroles meer, geen garanties over productsamenstelling en nauwelijks mogelijkheden voor overheidstoezicht.