"Proefperiode is terug, en dat is goed nieuws"

Wetten, ideeën of principes verdwijnen niet altijd omdat ze slecht zijn. Soms verdwijnen ze gewoon omdat ze op het verkeerde moment in het verkeerde debat belanden. In 2014 ging de proefperiode op de schop bij de invoering van het eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden. Niet omdat het systeem slecht was, maar omdat het niet paste in de toenmalige poging om de regels voor iedereen gelijker en eenvoudiger te maken. Zo verdween de kans voor werkgevers en werknemers om tijdens de eerste maanden af te toetsen of er een match was.
Die kans op aftasten komt nu terug. En terecht. Via het UNIZO-verkiezingsmemorandum kwam de proefperiode terug op de regeringstafel. Het Parlement heeft nu in uitvoering daarvan beslist dat werkgever en werknemer tijdens de eerste zes maanden van een arbeidsovereenkomst met een opzegtermijn van één week uit elkaar kunnen gaan. Geen rompslomp, gedoe of kosten. Straks krijgen beide partijen dus wat meer tijd om te zien of de samenwerking ook echt werkt. Niet enkel in de mooie woorden van een sollicitatiegesprek, maar in de dagelijkse werking. Het is nu eenmaal realiteit dat het soms niet klikt.
Een juiste beslissing. Want om de arbeidsmarkt in beweging te krijgen, moet je durven sleutelen aan wat werkgevers tegenhoudt om mensen aan te werven. Dat is niet alleen de loonkost, ook al blijft die loodzwaar. Dat is ook het risico van een verkeerde match. Zeker in een kmo, waar elke aanwerving telt en waar één persoon meteen mee het verschil maakt in de werking en de algemene sfeer, dienstverlening en rendabiliteit van het bedrijf.
De herinvoering betekent echter niet dat bedrijven plots lichtzinnig met de aanwerving van mensen zal omgaan, zoals de commentaar dan soms luidt. Wie iemand aanwerft, doet dat omdat er werk is, omdat er nood is aan extra handen en omdat hij of zij gelooft dat die persoon iets kan betekenen voor de vooruitgang van de onderneming. Een aanwerving kost tijd, geld, begeleiding en vormt een investering. Geen enkele werkgever begint daaraan om na enkele weken of maanden opnieuw van nul te moeten beginnen. Hetzelfde mogen we verwachten van een werknemer.
Maar soms blijkt het plaatje gewoon niet te kloppen. Dat kan gebeuren. Het helpt niemand vooruit om dan nog langer samen verder te gaan; niet de werkgever, niet de collega’s en ook niet de werknemer.
Natuurlijk is de arbeidsmarktproblematiek hiermee niet volledig opgelost. We blijven nood hebben aan lagere loonkosten, minder administratieve ballast en meer flexibiliteit. Maar dit is wel alweer een goede stap. De proefperiode verdween ooit in naam van eenvoud en gelijkheid. Vandaag keert ze terug in naam van werkbaarheid en toekomstvisie. En laat dat nu precies zijn wat ondernemers nodig hebben om met vertrouwen voor tewerkstelling te zorgen.
Chiel Sterckx, Adviseur Retail bij UNIZO